|
Belgische
classificaties voor micro-organismen op basis van hun biologische
risico's - Definities
(Laatste herziening:
February 28, 2006
)

De definities
die volgen komen uit de regionale besluiten die de activiteiten
van ingeperkt gebruik van GGO's en pathogenen
reglementeren (zie relevant
hoofdstuk voor een meer informatie)
-
Risicoklasse 1 : micro-organismen
erkend als niet-pathogeen voor mensen, dieren en planten
en niet schadelijk voor het leefmilieu of met een verwaarloosbaar
risico voor de mens en het leefmilieu op laboratoriumschaal.
Deze klasse omvat dus, naast organismen waarvan de
onschadelijkheid is bewezen, stammen die allergeen kunnen
zijn en opportunistische pathogenen.
|
Menselijke
pathogenen
-
Risicoklasse 2 : micro-organismen
die bij de mens een ziekte kunnen verwekken en een
gevaar vormen voor de personen die er rechtstreeks
mee in contact komen; hun verspreiding
in de gemeenschap is onwaarschijnlijk. Er bestaat meestal
een profylaxis of een efficiënte behandeling.
- Risicoklasse 3 : micro-organismen
die bij de mens een ernstige ziekte kunnen verwekken en een
gevaar vormen voor de personen die er rechtstreeks mee in
contact komen; er is een mogelijk risico voor verspreiding
in de gemeenschap. Er bestaat meestal een profylaxis of een
efficiënte behandeling.
- Risicoklasse 4 : micro-organismen
die bij de mens een ernstige ziekte kunnen verwekken en
een ernstig gevaar vormen voor de personen die er rechtstreeks
mee in contact komen. Er is een verhoogd risico voor verspreiding
in de gemeenschap. Er bestaat meestal geen profylaxis of
geen efficiënte behandeling.
|
Zoöpathogenen
- Risicoklasse 2 :
micro-organismen
die bij dieren een ziekte kunnen veroorzaken en die
in verschillende mate de ene of andere van de volgende
eigenschappen bezitten : beperkte geografische belangrijkheid,
zwakke of onbestaande overdracht naar andere species,
afwezigheid van vectoren of dragers. Beperkte economische
en/of medische impact. Men beschikt meestal over profylactische middelen
en/of efficiënte behandelingen.
- Risicoklasse 3 :
micro-organismen die bij dieren een ernstige ziekte of
een epizoötie kunnen veroorzaken. Er kan een belangrijke
overdracht tussen verschillende species optreden. Bepaalde
van deze pathogene agentia vereisen het instellen van sanitaire
reglementeringen voor de door de overheid van elk betrokken
land geïnventariseerde species. Er bestaan meestal medische
en/of sanitaire profylaxen.
- Risicoklasse 4 :
micro-organismen die bij dieren een uiterst ernstige panzoötie
of epizoötie kunnen veroorzaken met een erg hoog sterftecijfer
of met dramatische economische gevolgen voor de getroffen
teeltstreken. Ofwel beschikt men niet over medische profylaxis,
ofwel is één exclusieve sanitaire profylaxis mogelijk of
verplicht.
|
Fytopathogenen
- Risicoklasse 2 :
micro-organismen die bij planten een ziekte kunnen
veroorzaken maar waarbij ingeval van accidentele verspreiding
in het Belgisch leefmilieu geen verhoogd risico voor
epidemie bestaat. Het betreft overal voorkomende pathogenen
waarvoor er profylactische of therapeutische middelen
voorhanden zijn. De niet-inheemse of exotische fytopathogene
micro-organismen die niet in staat zijn om in het Belgisch
leefmilieu
te overleven omwille van afwezigheid van «doelwitplanten» of
omwille van ongunstige weersomstandigheden behoren eveneens
tot risicoklasse 2.
- Risicoklasse 3 :
micro-organismen die bij planten een ziekte kunnen veroorzaken
met een effect op de economie en op het leefmilieu en
waarvoor een behandeling ofwel zeer duur uitvalt, ofwel
moeilijk toe te passen is of zelfs niet bestaat. Incidentele
verspreiding van deze micro-organismen kan het risico
op lokale epidemieën doen toenemen. Exotische stammen
van
fytopathogene micro-organismen die gewoonlijk voorkomen
in het Belgisch leefmilieu en niet opgenomen werden als
quarantaineorganismen maken eveneens deel uit van deze
risicoklasse.
|
|